Brouwen

Hier volgt de beknopte methodiek die de BRAK gebruikt om bier te brouwen.

Schroten
Het brouwproces begint met het schroten van de gekiemde gerst (mouten). De bedoeling bij dit proces is om de mouten open te breken zodat de suikers op kunnen lossen in het water. Het is daarom van belang om tijdens het schroten dit niet te fijn, maar ook niet te grof te doen.

Maischschema
Zodra de mouten geschroot zijn, worden deze in het maischwater gedaan om vervolgens het maischschema te doorlopen. Het maischschema is typisch een kookschema waarbij het beslag (=mouten samengevoegd bij het maischwater) op verschillende temperaturen gehouden wordt.

Elke temperatuursstap heeft een werking op het bier, zo is de 72ºC stap typisch om de laatste aanwezige zetmeel om te zetten in vergistbare suikers en is de 78ºC stap typisch om het beslag minder visceus te maken.
Een maischschema zou er als volgt uit kunnen zien:

Temperatuur
52ºC
63ºC
72ºC
78ºC
Duur pauze
10 min
30 min
20 min
1 min

Hevelen
Zodra het maischschema doorlopen is moet het beslag geheveld worden. Tijdens het hevelen is het de bedoeling het wort (=water met suikers) en de bostel (=smaakloze mouten) van elkaar te scheiden. Hevelen wordt gedaan door middel van een klein filter aan het eind van een slang, bij ons is dit een doucheslang waar de binnenkant verwijderd is gekoppeld aan een plasticslang. Zodra het wort geheveld is en er weer enigzins helder uitziet, gaat de pan weer op het vuur om het wort aan de kook te brengen.

Koken
De volgende stap is gemaakt om extra smaken toe te voegen. Eigenlijk altijd komt er tijdens het koken hop in het wort om het die echte bittere biersmaak te geven. Daarnaast kan je bijvoorbeeld denken aan korianderzaad, appels, sinaasappelschilen of honing om het bier op smaak te brengen. Zodra het bier de nodige tijd heeft gekookt zal het zo snel mogelijk gekoeld moeten worden.

Koelen
Het is erg belangrijk het wort na de hopstap zo snel mogelijk te koelen omdat het als het warm is vatbaar is voor infecties. Koelen wordt gedaan door middel van een koelspiraal in de pan te stoppen en deze met koud water door te laten lopen. Na het koelen van de wort wordt het nogmaals geheveld en in een gist vast gestopt.

Gisten
Om van alle lekkere suikers nu alcohol te maken hebben we hulp nodig van de gist. Dit zijn micro-organismen die glucose omzetten in alcohol en koolzuurgas. Zodra het wort in het gistvat zit en hier het gist toegevoegd is moet het blijven staan voor een aantal dagen, afhankelijk van hoe lang het gist nodig heeft om zat te raken van de glucose in het wort. Dit merk je zodra er geen koolzuurgas meer vrij komt en je gistvat dus stopt met pruttelen. Tijdens het gisten bezinkt nog een boel van de troep wat tijdens het hevelen er niet uit gegaan is op de bodem. Het is daarom belangrijk na het gisten het bier nogmaals te hevelen.

Bottelen
Als het bier volledig uitgeprutteld is en geheveld is, is het tijd om het op de fles te zetten, ook wel bottelen genoemd. Om druk op de fles te creeren doen wij nog een extra schepje suiker in elke fles voordat we hem dicht doen om op die manier koolzuurgas te creëren. Na een aantal weken wordt het biertje geproefd en gekeurd, dan wordt het verkocht, opgedronken of nog even laten staan afhankelijk van de smaak (is hij wel sterk genoeg, is niet zuur genoeg of komt de schuimkraag wel hoog genoeg?).

Gebrouwen bieren zijn op de bierpagina te vinden.

Terug naar boven